
Waarom sommige teams blijven groeien en andere langzaam leeglopen
De afgelopen jaren ben ik bij honderden organisaties over de vloer geweest. Van familiebedrijven met twintig medewerkers tot internationale organisaties waar duizenden mensen werken. Iedere keer valt me hetzelfde op. Niet de grootte van het bedrijf bepaalt hoeveel energie er op de werkvloer hangt. Ook niet het budget dat beschikbaar is voor vitaliteitsprogramma's. Je voelt het vrijwel meteen als je binnenkomt. In het ene bedrijf loopt iedereen langs elkaar heen. De agenda bepaalt de dag. Overleggen volgen elkaar in hoog tempo op en aan het einde van de middag is iedereen vooral blij dat de werkdag erop zit. Een paar uur later sta ik ergens anders. Daar is de werkdruk net zo hoog, de uitdagingen zijn vergelijkbaar en de doelen misschien zelfs ambitieuzer. Toch hangt er een andere sfeer. Mensen maken tijd voor elkaar. Ze durven elkaar aan te spreken als iets niet goed gaat. Er wordt hard gewerkt, maar ook gelachen. Dat verschil zie je niet terug in een jaarverslag, maar je merkt het aan alles. Dat is voor mij vitaliteit. Veel organisaties zoeken de oplossing in losse initiatieven. Een sportabonnement. Gratis fruit. Een workshop over gezondheid. Daar is niets mis mee. Sterker nog, bewegen en gezond leven zijn belangrijk. Alleen zie ik in de praktijk dat die maatregelen weinig veranderen als de basis niet klopt. Wanneer mensen iedere dag onder hoge druk staan, geen invloed ervaren op hun werk of het gevoel hebben dat ze er alleen voor staan, verdwijnt energie langzaam uit een team. Dan helpt een schaal appels in de kantine niet zoveel meer. Mijn kijk op vitaliteit is ook veranderd. Als topsporter dacht ik jarenlang dat succes vooral afhing van discipline. Meer trainen. Beter eten. Slimmer plannen. Alles moest in dienst staan van de volgende wedstrijd. Maar ik heb ook mensen ontmoet die kerngezond waren en iedere dag zonder plezier naar hun werk gingen. Tegelijkertijd sprak ik mensen die een zware periode achter de rug hadden en juist enorm veel energie uit hun werk haalden. Daar zit een belangrijk verschil. Vitaliteit gaat niet alleen over hoeveel energie je hébt. Het gaat vooral over waar je energie van krijgt.
''Als iets de eerste keer niet lukt, mag je het best nog eens proberen.''
Wanneer organisaties mij vragen hoe zij de vitaliteit van medewerkers kunnen verbeteren, verwachten ze soms een praktisch lijstje. Meer bewegen. Gezonder eten. Minder zitten. Dat zijn logische onderwerpen. Maar eerlijk gezegd begin ik daar bijna nooit. Ik ben veel nieuwsgieriger naar een andere vraag. Hoe gaan collega's met elkaar om als het druk wordt? Daar zie je namelijk wat de cultuur van een organisatie echt is. Wordt er hulp aangeboden of blijft iedereen op zijn eigen eiland werken? Durven mensen eerlijk te zeggen dat iets niet lukt? Is er ruimte om fouten te maken of probeert iedereen vooral geen risico te nemen? Die vragen zeggen uiteindelijk veel meer over vitaliteit dan het aantal stappen dat medewerkers op een dag zetten. Ik heb tijdens de voorbereiding op de Elfstedenzwemtocht geleerd dat energie iets is wat je samen bewaakt. Iedereen zag mij zwemmen. Veel minder mensen zagen het team daaromheen. De mensen die ervoor zorgden dat ik op tijd at, rust kreeg en scherp bleef. Zonder hen had ik de finish nooit gehaald. Dat zie ik ook binnen organisaties. De medewerkers die het lang volhouden, zijn zelden degenen die alles alleen doen. Het zijn vaak de mensen die durven samenwerken, hulp vragen en elkaar sterker maken.
Ik vind het mooi om organisaties meerdere keren te bezoeken. Dan zie je niet alleen wat er op één dag gebeurt, maar ook hoe een team zich ontwikkelt. Opvallend genoeg zijn de teams met de meeste energie lang niet altijd de teams waar alles vanzelf gaat. Sterker nog. Vaak hebben zij juist veel meegemaakt. Een reorganisatie. Een moeilijke markt. Grote veranderingen. Toch zijn ze er sterker uitgekomen. Waarom? Niet omdat ze slimmer zijn dan andere organisaties. Wel omdat ze hebben geleerd om problemen samen op te lossen in plaats van ze voor zich uit te schuiven.
Ik merk dat gezondheid en vitaliteit vaak door elkaar worden gebruikt. Dat is begrijpelijk, maar ze betekenen niet hetzelfde. Je kunt kerngezond zijn en toch iedere dag uitgeput thuiskomen. Andersom kun je herstellen van een zware periode en juist veel energie halen uit wat je doet. Dat heb ik zelf ervaren. Na mijn behandeling dacht ik niet meteen weer aan topsport. Eerst wilde ik weer normaal kunnen leven. Daarna kwam langzaam de vraag terug: wat wil ik nog bereiken? Op dat moment ontdekte ik dat energie niet alleen uit je lichaam komt. Het komt ook uit motivatie. Uit een doel hebben. Uit mensen om je heen die in je geloven. Die les neem ik nog altijd mee wanneer ik voor organisaties spreek. Daarom geloof ik ook niet in een vitaliteitsbeleid dat alleen draait om gezondheid. Natuurlijk is het goed om aandacht te besteden aan bewegen, voeding en slaap. Maar als mensen zich niet gewaardeerd voelen of iedere dag het gevoel hebben dat ze achter de feiten aanlopen, verdwijnt die energie alsnog. Echte vitaliteit ontstaat wanneer gezondheid, werkplezier en een veilige werkomgeving elkaar versterken.
Wanneer organisaties aan vitaliteit denken, zoeken ze vaak naar grote oplossingen. Een nieuw programma. Een externe coach. Een uitgebreid beleid. Soms is dat nodig. Veel vaker zit de winst in kleine veranderingen die iedere dag terugkomen. Een leidinggevende die echt vraagt hoe het met iemand gaat. Een collega die aanbiedt om werk over te nemen wanneer het druk is. Een overleg waarin niet alleen resultaten worden besproken, maar ook hoe het team erbij zit. Dat lijken kleine dingen. Toch bepalen juist die momenten hoe mensen hun werk ervaren. Ik geloof eerlijk gezegd veel meer in honderd kleine verbeteringen dan in één groot vitaliteitsproject dat na een paar maanden weer verdwijnt.
De organisaties waar ik de meeste energie zie, doen opvallend weinig bijzondere dingen. Ze zijn vooral consequent. Een paar gewoontes kom ik steeds opnieuw tegen. • Leidinggevenden maken tijd voor persoonlijke gesprekken, ook als daar geen directe aanleiding voor is. • Successen worden samen gevierd, hoe klein ze soms ook lijken. • Medewerkers durven eerlijk te zeggen wanneer iets niet lukt. • Er is aandacht voor herstel na drukke periodes en niet alleen voor de volgende deadline. • Samenwerking weegt net zo zwaar als individuele prestaties. Geen van deze punten kost veel geld. Wel vragen ze iedere dag aandacht. En precies daar zit volgens mij het verschil.
Vitaliteit op de werkvloer ontstaat niet door één inspirerende middag of een nieuw beleidsplan. Het zit in de keuzes die iedere dag worden gemaakt. Hoe je met collega's omgaat. Hoe leidinggevenden reageren wanneer het moeilijk wordt. En of mensen zich veilig voelen om zichzelf te zijn. Dat maakt investeren in vitaliteit misschien minder spectaculair dan sommige organisaties hopen. Er bestaat geen snelle oplossing. Tegelijk is dat ook het mooie. Iedereen kan er vandaag al mee beginnen. Tijdens mijn lezingen hoop ik organisaties vooral één inzicht mee te geven. Grote prestaties ontstaan zelden door één bijzonder moment. Ze zijn bijna altijd het resultaat van honderden kleine keuzes die je iedere dag opnieuw maakt. Dat gold voor mijn sportcarrière. Dat gold tijdens de Elfstedenzwemtochten. En dat geldt net zo goed voor teams die jarenlang met energie, plezier en vertrouwen samenwerken. Wil je weten hoe jouw organisatie die stap kan zetten? Bekijk dan de lezingen van Maarten van der Weijden of neem vrijblijvend contact op. Ik deel graag de lessen uit de topsport en mijn persoonlijke verhaal, zodat teams niet alleen geïnspireerd raken, maar er de volgende dag ook echt iets mee kunnen.
