Mijn naam is Maarten van der Weijden. Ik ben OLYMPISCH KAMPIOEN 10 kilometer Open Water Zwemmen. Mijn weg naar de top is niet zonder obstakels geweest; op 12 maart 2001 werd er bij mij namelijk acute lymfatische leukemie (ALL) geconstateerd.
Precies één week geleden werd op Boot 10 in Amsterdam het boek BETER gepresenteerd. Her en der zijn in de Nederlandse gedrukte media al recensies geschreven. Die recensies hadden wat mij betreft één overeenkomst: het leek of recensenten het persbericht hadden overgeschreven in plaats van het boek te lezen. Voor wat het waard is. Ik: Rob Bartol - Hollandswimming - heeft het boek wel gelezen. Van A tot Z: 'wat vond je er van', vroeg de auteur en Olympisch kampioen Maarten van der Weijden aan mij. Na dat telefoongesprek realiseerde ik mij dat hij misschien voor het eerst iemand aan de telefoon had die niet gelijk riep dat het een 'pageturner' was of zoiets. Overigens gebeurde dat bij mij wel. Op de avond van de uitreiking bracht ik weer eens een slechte gewoonte in de praktijk. Een boek lezen start bij mij, met het lezen van drie willekeurige stukken. Bij voorkeur in de volgorde : achterin, voorin en middenin. Ook dat gebeurde woensdagnacht. Rond 02.00 uur mopperde mevrouw Hollandswimming dat het licht uit moest, nou vooruit dan. Donderdagavond echt begonnen, vrijdagavond idem. Daarna kwam het boek in de nacht van vrijdag op zaterdag als een nachtmerrie in mijn dromen terug. Zaterdagochtend werd ik gebroken wakker; diep onder de indruk en chagrijnig wat BETER bij mij in werking had gezet. Zaterdag liet ik het boek met rust. Het is als een berg die ik normaliter in de zomer in Zwitserland beklim: respect. Voor een berg moet je respect hebben, voor de hoofdpersoon in dit boek ook.
Ja natuurlijk wist ik - weet iedereen - dat Maarten kanker heeft gehad. Maar tussen die wetenschap en het tot je nemen van de gedetailleerde beschreven ziektegeschiedenis is zit een enorm verschil: 'Maarten wat ben jij ziek geweest', was mijn eerste reactie op de vraag 'hoe vond je het'. Lezers, sporters, mensen: wat is die vent ziek geweest! Bizar ziek. Kelere nog aan toe! Van de in totaal vijf patiënten waarmee we kennis mee maken in het boek overleefd alleen Maarten het.
Op Boot 10 maak ik kennis met de vrouw van Bob de piloot. Bob en Maarten konden het wel vinden met elkaar. Hartverscheurend is het om over Bob en Maarten te lezen op het Noordzeestrand in hun regio. Het tweetal totaal kapot van ziekmakende kuren en ziekmakende kanker kijkt naar boven, naar een duintop. Je kunt er komen via een lange trap omhoog. Bob wil omhoog, Maarten ook wel maar denkt 'je doet maar, ik ben te kapot'. Ze zijn kapot ! En Bob gaat dood, Maarten bezoekt zijn begrafenis, ziet misschien wel zijn eigen toekomst.
Angst zit in alle hoeken van het boek, de angst voor Kanker en angst om niet te kunnen voldoen aan het ideaal van zijn vader. Als eenvoudig lezer vroeg ik me af: Hoe zal ik gereageerd hebben??. Als enigzins emotioneel mens had ik (bijna) kapot gegaan aan die angst. Angst voor de dood, angst voor kanker en angst om niet te kunnen voldoen aan de toekomstidealen van een opvoeder. De emotie angst is bij Maarten van der Weijden anders. De angst is bij hem ontdaan van duistere kantjes. Angst wordt door de hoofdpersoon omschreven en ervaren als een lastige emotie. Een subjectieve emotie. Maarten van der Weijden is een Bètamens en zijn vader een oer Bètamens. Dat BÈTA zijn heeft Maarten enorm geholpen bij het doorstaan en verwerken van zijn ziekte: want nuchter kijkend en denkend aan een oplossing, bijna een kansbereking. Zijn behandelend artsen valt hij continu lastig over overlevingpercentages of over de betekenis van 'enkele cellen': zijn dat er twee of tweehonderd. Als een wiskundig probleem gaat hij met kanker om: valt het op te lossen? zo ja, hoe doe ik dat en met hulp van wie.
Niet Bèta zouden zijn relatie met vooral zijn vader een moeilijke relatie noemen. De twee hoofdpersonen zelf niet. Zo was het, dit is het verhaal! We gaan over tot de orde van de dag.
Ja het zwemmen, natuurlijk gaat het ook over die ene race, het geneuzel van de KNZB en het wereldberoemde tentje. Aandoenlijk is om te lezen hoe die andere Olympische kampioen het hoofd kaal scheert van een aankomend kampioen. Wat een broederlijke relatie in het verre Beijing! Stoer is in de voorbereiding de rol van Marcel Wouda. De zwemcoach geeft aan 'tot hier en niet verder'. Als Maarten bezig blijft vraagtekens te zetten bij onderdelen van die voorbereiding. Ik zie het voor me: twee kerels van meer dan twee meter in conflict. Als trainer moet je heel sterk zijn om tegen die boomlange zwemmer durven te zeggen: 'dan zoek je maar een ander'. Geweldig !
Je begrijpt het !. Op de vraag 'hoe vond je het' kan ik geen eenvoudig antwoord geven. Na het lezen van het boek was ik zelfs wat verdrietig. Volgens de auteur een subjectieve emotie. Beter hakt er in, althans bij mij. Beter laat zien hoe verschrikkelijk kanker kan zijn. Beter laat ook zien dat 'de mens' een bijzonder 'ding' is. Van bijna dood tot de absolute top. Beter is de achtbaan van het leven waar ik nooit in hoop te komen.
Zo is het ook met BETER. Het boek zuigt je leeg! 'hoe vond je het'???? Maarten, ik vond het indrukwekkend!