Mijn naam is Maarten van der Weijden. Ik ben OLYMPISCH KAMPIOEN 10 kilometer Open Water Zwemmen. Mijn weg naar de top is niet zonder obstakels geweest; op 12 maart 2001 werd er bij mij namelijk acute lymfatische leukemie (ALL) geconstateerd.
Ze zitten naast elkaar. Twee Olympische medaille winnaars. Deborah Gravenstijn en Maarten van der Weijden. Op het eerste gezicht twee tegenpolen, maar al snel wordt duidelijk dat er meer overeenkomsten zijn dan verschillen.
De één is lang, breed, imponerend, razendsnel in open water, de ander klein, tenger, breekbaar bijna, maar gevaarlijk op de judomat. Hij is een nadenker, weegt zijn woorden af, is introvert is maarten niet!!, beschouwend, zij vertelt honderduit, is enthousiast, heeft het hart op de tong. Wat ze delen is de enorme passie voor hun sport, hun bevlogenheid, en doorzettingsvermogen. Zeven jaar geleden werd Maarten door acute lymfatische leukemie geveld. En vlak voor de spelen verbrak hij zijn relatie. Deborah stapte drie jaar geleden, na een ongelukkige val, met een dubbele nekhernia van de mat af. En verloor in vier jaar tijd eerst haar zusje, daarna haar moeder. Beide sporters kennen lichamelijk en persoonlijk tegenspoed. Beiden wisten niet of ze ooit nog op hoog niveau mee konden doen. Maar beiden stonden bij de Olympische Spelen in Beijing op het podium. Een gesprek met, en vooral tussen, twee overwinnaars.
Deborah: "Je moet me nog je emailadres geven, want ik heb dat filmpje van ons gevecht."
Maarten: "Wat een dag was dat, ik had enorme pijn in mijn voeten."
Deborah: "Voeten?"
Maarten: "Ja, van het schuren met mijn voeten op de mat, ze lagen helemaal open."
Deborah: "Na de spelen hebben we een golden clinic gegeven, voor de sponsors van het NOC-NSF. Er was geen zwembad dus Maarten heeft met ons gejudood. Als mascotte. Ik zei tegen hem dat ik hem wel om zou krijgen. En inderdaad, ik won. Daarna heb ik hem maar laten winnen."
Maarten: "Ja, ja, je denkt toch niet dat het zo is gegaan?"
Voor mij is Maarten een grote inspirator, al weet hij dat zelf niet. Ik ben er van overtuigd dat hij de komende maanden gaat uitgroeien tot een icoon van de Nederlandse sport. Hij is een grote persoonlijkheid met een boeiend levensverhaal. Mocht Charles van Commenee, de technisch directeur van NOC*NSF, binnenkort een lijstje opstellen van kandidaten die tijdens de openingsceremonie in Peking de Nederlandse vlag mogen dragen, dan wil ik hem eenn ding meegeven: vergeet niet de naam Maarten van der Weijden daar ook op te zetten.(-)
Over winnen gesproken, goud op de 10 kilometer open water zwemmen, zilver bij het judo, hoe heerlijk zijn deze medailles?
Deborah: "Mijn eerste gedachte was: 'het is geen goud', maar al vrij daarna 'onzin, het is wél zilver'. De teleurstelling duurde tien seconden, daarna was het feest. Later ben ik de wedstrijd gaan analyseren. Het hoort bij topsport, of misschien wel bij mij: zoeken naar perfectie. Ik weet wat ik fout heb gedaan. En ondanks dat ik mijn best heb gedaan, kan ik daar enorm van balen. In een groter geheel is zilver de beloning voor alles wat ik er voor heb moeten doen en laten."
Maarten: "Extreme gebeurtenissen, of dat nou mijn ziekte is, of het winnen van goud, onderga ik. Dat klinkt misschien gek, maar ik had geen duidelijke emoties tijdens mijn ziekte, en ook niet na het winnen van het goud. Ik tikte aan, en dat was het. Pas later besefte ik dat ik er nu bij hoorde, bij de top. Toen het er echt om ging, was ik de allerbeste. Daar ben ik trots op."
Hebben jullie elkaars wedstrijden gezien?
Deborah: "Ik stond niet langs de kant, maar heb de wedstrijd op televisie gezien."
Maarten: "Ik heb 's avonds de uitslag gehoord. Toen de judowedstrijden werden gehouden was ik nog aan het trainen in Hong Kong. Ik focuste me vooral op mijn wedstrijden en minder op de dingen om me heen."
Deborah: "Ik was ook heel gefocust op mijn wedstrijden. Het enige wat ik wilde weten was waar haal ik mijn eten, waar moet ik slapen, en waar is de fitness ruimte? Sommige sporters waren alleen aan het shoppen, daar heb ik me aan geïrriteerd. Waar kom je dan voor?"
Maarten: "Er is vaak aan mij gevraagd hoe waren de feesten? En het Olympisch Dorp? Dat heb ik eigenlijk allemaal gemist. Belangrijker vind ik bijvoorbeeld dat ik jou daar heb leren kennen, iemand met wie ik de passie voor sporten deel. Ik vind het knap dat je in Athene een medaille hebt gehaald en vier jaar later er gewoon weer staat. En een zilveren plak pakt. Heb jij eigenlijk ooit goud gehaald?"
Deborah: "Nee, ik ben meer van de zilver en brons."
Maarten: "Toch bijzonder dat je zo lang, zo goed meedraait, ondanks dat het goud er nog niet is."
Deborah: "Wat ik bijzonder vind, is dat jij wereldkampioen op de 25 kilometer bent, en op een olympisch toernooi goud haalt op een andere afstand. Dan laat je zien dat je bij de top hoort. Zeker bij de spelen, daar kijkt de hele wereld naar."
Maarten: "Dat realiseerde ik me ook. Ik dacht als ik het vandaag goed doe, dan verandert mijn hele leven. Als ik vierde, of tiende, wordt, gebeurt er helemaal niks."
Er zijn tijden geweest dat het niet voor de hand lag dat jullie op dit niveau weer zouden sporten. Toch stonden jullie op het (bijna) hoogste podium.
Deborah: "Mijn zusje en moeder hebben niet de kans gehad om hun strijd te winnen, dus wie ben ik dan om het op te geven? Ik heb gezien dat je de strijd van je lichaam kunt verliezen, en dat wilde ik niet. Ik hád tenminste nog een kans om terug te komen. Het zijn mijn eigen investeringen geweest dat ik dat heb kunnen doen, maar dat ging ook omdat ik was omringd door de liefde van de mensen om mij heen."
Maarten: "Na mijn ziekte wilde ik van het leven genieten, elke dag nemen zoals die komt. Ik vond zwemmen altijd heel leuk, maar had daardoor ook veel gemist. Ik heb mezelf beloofd dat als ik het geluk had om te mogen herstellen ik niet meer alleen maar zou zwemmen. Maar na een tijd miste ik het. Niet alleen de fysieke kant, maar ook de structuur die er bij hoorde. Het eerste jaar na mijn ziekte was de kans dat het terug zou komen groot. Elke ochtend stond ik op en was ik symptomen aan het zoeken. Dat was niet prettig om alleen daar mee bezig te zijn. Als ik in het water lag, had ik weer een soort van doel, dat was fijn. Automatisch ging ik het meer en meer doen. Puur uit het idee van ik vind het nu leuk, niet met het idee dat ik wat wilde bereiken. Dat groeide heel langzaam."
Leer je iets van lichamelijk tegenslag?
Maarten: "Als sporter moet je egoïstisch zijn, je moet in een tunnel zitten en wat er allemaal om heen gebeurt niet zien. Aan de andere kant moet je ook sociaal zijn, en met de begeleiding die je hebt kunnen communiceren. Het egoïsme zat al in me, dat sociale heb ik door mijn ziekte er bij gekregen. In het ziekenhuis wilde ik het liefst alleen op een kamer liggen, maar dat kon niet. En dus lag ik op een zaal en hoorde de levensverhalen van anderen. Ineens besefte ik me dat we in hetzelfde schuitje zaten. Zij hadden net als ik mooie dingen meegemaakt en waren nu ook ziek. Ik ben toen voor het eerst geïnteresseerd geraakt in andere mensen. En zag dat zij heel mooi en lief kunnen zijn. Het sociale gevoel zat ook in het besef dat ik mijn genezing indirect te danken heb alle mensen die een donatie hebben gegeven aan KWF Kankerbestrijding, want daar komt het wel op neer. En dat geeft ook een heel sociaal menslievend idee."
Deborah: "Ik heb het andersom geleerd."
Maarten: "Hoe bedoel je?"
Deborah: "Ik was te sociaal. Ik moest juist egoïstischer worden. Ik moest leren om inderdaad die tunnel in te kruipen. Mijn sterkste kant was sociaal zijn, mensen binden, altijd alles willen doen. Nadat ik zilver had gewonnen waren er massa's mensen die het met me wilden delen en vieren, daar werd ik door overvallen. Juist omdat ik had geleerd om in mijzelf te keren. Egoïsme heeft mij sterk gemaakt. Zowel sportief als privé. Ik ging mijn eigen keuzes maken, nee zeggen, en kwam meer voor mezelf op. Al heb ik dat sociale niet laten varen, dat voert nog steeds de boventoon."
Maarten: "Misschien is het juist wel mooi dat ons iets is overkomen. Daardoor stonden we even stil en hadden we tijd om terug te denken. Om te denken wat vinden we daar en daar van? En wat afstand te creëren. Daardoor hebben we keuzes durven maken: nu doe ik het nog een keer, maar dan anders."
Deborah: "Of anders keuze leren maken. Voor mij was het doel hetzelfde, maar de keuzes in de weg er naar toe anders."
En van persoonlijk tegenslag?
Deborah: "Nadat mijn zusje en moeder waren overleden ben ik gaan relativeren, wat voor een topsporter eigenlijk helemaal niet zo goed is want dan durf je ook geen risico's meer te nemen. En je gaat alles anders bekijken. Ik heb ook gedacht dat judo een leuk spelletje is, maar meer ook niet. Het voordeel was dat ik al veel had bereikt en veel dingen had mogen doen. Alles wat ik nu nog zou doen was een bonus. Dat zou ik voor mezelf doen. Dat besef was belangrijk, en heeft me sterker gemaakt. Want ik had nu de kans om iets echt voor mezelf te doen, uit mezelf, en boven mezelf te stijgen. En natuurlijk ben ik ook anders over dingen gaan denken. Mensen maken zich druk om niks, zeuren om niks, dat doe ik niet meer. Als het vandaag niet is, dan komt het morgen wel. Ik maak wat van wat ik op deze dag, op dit moment, doe. Ik denk dat ik door alles wel directer ben geworden. Ik maak mijn keuzes heel bewust, vanuit mezelf. Toen ik moest revalideren en me wilde kwalificeren voor de spelen heb ik mijn relatie met mijn toenmalige echtgenoot beëindigd. Geen goed moment misschien, maar ik wilde voor mezelf kiezen. Rigoureus misschien, maar juist omdat ik dicht bij mijn gevoel, en mezelf wilde staan, kon ik deze beslissing ook maken. ík wilde dit. Tijdelijk ben ik bij mijn coach gaan wonen, wat leuk is als je zeventien bent, maar niet als je drieëndertig bent. Ondanks dat het zwaar was, is dat één van mijn beste beslissingen geweest, om weer mezelf te worden."
Maarten: "Vlak voor de wereldkampioenschappen en de Olympische Spelen heb ik mijn relatie met Daisy verbroken. Ik vind dat je in een relatie elkaar aandacht moet geven en moet versterken. Bij ons botste dat. We vroegen dingen van elkaar die we elkaar niet konden geven. Ik had mijn droom, kampioen worden, en in die droom paste geen tijd een aandacht voor haar. Ik wist dat als ik helemaal voor mijn sport wilde gaan, ik de relatie moest beëindigen. Heel moeilijk en heel hard. Toch dat sporters egoïsme. Als ik niet had gewonnen wilde ik kunnen zeggen, dat het aan niks had gelegen. Het zou ook niet goed voor de relatie zijn geweest als ik Daisy had verweten: jij haalde me uit mijn tent (zuurstoftent waar hij in drukke periodes zestien uur per dag in ligt om tot betere prestaties te komen, red), door jou heb te weinig rust gehad. Dat leek me niet eerlijk. Een half jaar hebben we elkaar niet gezien, toen zijn we het voorzichtig weer gaan proberen. Het was toch te moeilijk om helemaal uit elkaar te gaan. We moeten nu een vorm zien te vinden waar mijn streven, en dat van haar, in past."
Zijn jullie door wat er is gebeurd anders over het leven na gaan denken?
Maarten: "Toen ik ziek was, ben ik anders tegen dingen aan gaan kijken. Het kon goed gaan, of fout gaan, maar welke weg het ook kiest, ik kon daar weinig aan veranderen. Dat besef was een soort berusting. En dat is niet het vertrouwen dat het allemaal goed komt, maar accepteren dat of het nou goed komt, of niet, beide is oké. Ik heb momenten in het ziekenhuis gehad dat ik zo ziek was dat het me ook weinig uitmaakte. Dat ik dacht als het nou verkeerd gaat, ben ik tenminste van die pijn af. Deze ervaring, of deze manier van denken, heeft gezorgd voor meer berusting, en rust, in mijn leven."
Deborah: "Mijn zus is in een aantal uren overleden, mijn moeder is ruim een jaar ziek geweest. Ik weet niet wat beter is. Als ik Maarten zie en weet dat hij kanker heeft overleefd dan denk ik wel waarom mijn moeder niet? Waarom heeft zij het nou niet gered? Ik heb me er bij neergelegd dat het is gebeurd. Dat betekent niet dat ik er vrede mee heb dat ze er niet meer is, het is meer een berusting: als het zo loopt, dan loopt het zo. Het heeft er voor gezorgd dat ik het belangrijk vind om mijn leven te leven. Dat zei mijn moeder altijd: leef je leven, probeer er nu wat van te maken. Dat deed ze zelf ook. Mijn moeder hield van het leven. Ze vond het heel erg dat ze ziek was, en niet meer beter kon worden. Toch had ook mijn moeder zich er bij neergelegd. Toen ze opgebaard lag, lag ze er heel rustig bij. Voor mij en mijn broer was dat fijn. Het gaf ons het gevoel dat het zo goed was. Mijn moeder had ook tegen ons gezegd dat het genoeg was geweest. 'Ze had geleefd, ze had gestreden, en nu was ze klaar. Als iemand dat zegt, weet je dat het niet lang meer gaat duren. Toch was ze tot op het laatste sterk en heeft ze zelf bepaald wat er ging gebeuren. Ze zei 'met kerst ga ik naar huis, dat ga ik vieren, en oud en nieuw ook, en dan is het genoeg geweest'. En zo is het ook gegaan."
En nu verder?
Maarten: "Ik ga me op de Olympische Spelen over vier jaar in Londen richten. En ik wil een mooi boek schrijven. Het is commercieel handig als ik dat nu zou doen, maar ik neem de tijd, het moet echt een mooi verhaal worden. Over mijn ervaringen ja, maar niet per se autobiografisch."
Deborah: "Ik heb nu een sabbatical van een paar maanden en ga nadenken wat ik wil gaan doen. Stoppen of toch nog een jaar doorgaan? In 2009 zijn de wereldkampioenschappen in Rotterdam, mijn woonplaats, dus dat is wel speciaal. Ik bekijk mijn kansen, maak een inschatting en dan een beslissing. Londen wordt het zeker niet meer, daar ben ik dan te oud voor. Op een geven moment moet je ook plaats kunnen maken voor de nieuwe generatie."
Terug naar het media overzicht