Mijn naam is Maarten van der Weijden. Ik ben OLYMPISCH KAMPIOEN 10 kilometer Open Water Zwemmen. Mijn weg naar de top is niet zonder obstakels geweest; op 12 maart 2001 werd er bij mij namelijk acute lymfatische leukemie (ALL) geconstateerd.
Vanuit het ziekenhuisbed, in zo'n morfineroes waarin de spookgedachten over elkaar heen buitelen, ziet leukemiepatiënt Maarten van der Weijden ineens welk boek zijn vader leest: 'Hoe om te gaan met het overlijden van mijn kind.'
Maarten vraagt: 'Kun je dat niet thuis lezen?' Thuis heeft hij er geen tijd voor, zegt zijn vader. Trouwens: Maarten slaapt meestal tijdens het bezoek. 'Ach, wat kan het mij ook verrotten', schrijft de latere olympisch zwemkampioen Van der Weijden in zijn autobiografie Beter, die volgende week verschijnt, 'Ik voel me toch kut.'
Maar wat dacht je toen je hem dat boek zag lezen? 'Ik vond het wel naar. Maar in die periode vond ik mijn vader ook een rare man. Dus ik dacht: 'Tja, da's mijn vader.'
Toch akelig, dat hij zich al aan het voorbereiden was op je dood. 'Ik besefte heel duidelijk dat ik kon blijven leven, óf dat ik kon sterven. Veel patiënten zeggen alleen maar: ik ga het halen, ik ga het halen. Dan is het moeilijk als je omgeving al nadenkt over je dood. Maar omdat ik me continu realiseerde dat ik evengoed kon sterven, veranderde het gegeven dat mijn vader zich daarop aan het voorbereiden was, niets aan de manier waarop ik naar mijn overlevingskansen keek. In plaats van positief te denken, hield ik rekening met beide opties. Net als ik altijd heb gedaan bij het zwemmen: ik kan winnen, maar ook vijftiende worden. Mijn vader en ik lijken erg op elkaar, weet ik nu.'
Allebei heel rationeel. 'Ja.'
En van het positieve denken moet jij weinig hebben. 'De illusie dat je een grotere kans maakt kanker te overleven door positief te denken, door te vechten, vind ik zo afschuwelijk voor de patiënten die het níet halen. Alsof die dan te weinig hun best zouden hebben gedaan. Bijna iedereen ziet mij als de jongen die kanker heeft overwonnen - dat krijg ik er heel moeilijk uit. Terwijl: ik ging liggen en gaf me over aan de artsen, het enige wat je kunt doen.'
Je hebt gewoon pech, als je het niet haalt. 'De patiënten om mij heen vochten veel meer. Piloot Bob zette een fitnesscircuitje op, bakker Rob riep: ik ga het redden, ik wel! En die haalden het juist niet. Dus tja. 'Ook wel grappig: Lance Armstrong vertelde allerlei grote verhalen, over hoe hij met zijn infuuspaal door het ziekenhuis rende en weet ik het wat allemaal. Nou, als bij mij de inspanningsfysioloog de kamer binnenstapte, wilde ik dat echt niet weten.'
Terwijl jij de Nederlandse Lance Armstrong wordt genoemd. 'Armstrong zegt dat hij zijn kanker heeft overwonnen door positief denken, hij vindt dat vechten wel erg helpt. Mensen willen daar graag in geloven - een fijnere wereld creëren. Ik wil de wereld laten zien zoals ik 'm werkelijk heb ervaren.' Dat doet Maarten van der Weijden, in Beter. Een opmerkelijk ondramatisch geschreven boek over een groots drama: hoe een voormalig leukemiepatiënt goud wint op de tien kilometer openwaterzwemmen, tijdens de Olympische Spelen van 2008 in Peking. En passant rekent hij daarin af met het idee dat een traumatische gebeurtenis een gezin dichter bij elkaar brengt. 'Ook dat hoort bij de fijnere wereld die mensen willen scheppen: het is verschrikkelijk kanker te hebben, maar de band met je naaste omgeving, je ouders, zal erdoor versterkt worden. Terwijl: in werkelijkheid gaat het ook vaak verkeerd. Ik wilde eerlijk zijn over de conflicten die speelden tijdens mijn ziekte. Ja, er zitten harde dingen in over mijn vader. Maar ik ben hem ook ontzettend dankbaar. Zonder mijn vader was ik nooit olympisch kampioen geworden.'
In de kast van zijn kleine flat in Eindhoven staan een paar trofeeën uit zijn voorbije zwemcarrière, inclusief zijn onderscheiding in de orde van de Nederlandse Leeuw. Zijn vriendin Daisy - ze zijn weer bij elkaar - zal later vertellen dat zij de spullen heeft tentoongesteld. 'Van hem hoeft het niet.' Tussen de prijzen zette ze een foto van hem in het VU-ziekenhuis, waar de getalenteerde student wiskunde, hij haalde vooral tienen, in 2001 werd opgenomen met acute lymfatische leukemie. Het bed lijkt te klein voor het grote lichaam van de kale jongen met de doordringende blauwe Maarten van der Weijden ogen, vastgeklonken aan allerlei slangen. De flat, waarin hij alweer jaren woont, is wit, leeg, niets aan de muren, alsof hij op het punt staat te verhuizen of net verhuisd is. De woning van iemand die in zijn hoofd altijd ergens anders leefde: het water. In de slaapkamer, op de plek van het bed, stond vroeger zijn 'hoogte-tentje', een speciale tent waarin hij het laatste half jaar voor Peking 15 uur per etmaal doorbracht. Een pomp bracht de atmosfeer in de tent op een kunstmatige hoogte van vier kilometer. Door het zuurstoftekort, de ijle lucht, maakte hij extra rode bloedlichaampjes aan.
Daisy, met wie je toen net samenwoonde, klaagde dat ze hoofdpijn kreeg als ze naast je lag, in het tentje. 'Dan moet je maar in de woonkamer slapen', zei jij. 'In de tijd voor de Olympische Spelen bestond mijn leven uit het tentje, trainen en eten. Verder deed ik helemaal niks. Ze werd er onzeker van: 'Als Maarten zo fanatiek doet, vindt hij mij dan nog wel leuk?' Dus zocht ze naar bevestiging: 'Zullen we samen iets leuks gaan doen?' En ik bleef vasthouden: nee. Tentje, trainen, eten. Punt.'
Vind je dat achteraf niet vreemd van jezelf? 'Zo is sport. Ik had een droom. Moet je als mens je droom nastreven, of moet je je altijd schikken naar de omstandigheden? Ik was mijn hele leven al bezig met zwemmen, en ik dacht: als ik nou een jaar lang het onvoorwaardelijke doe, maak ik een kans, op de Olympische Spelen.'
En daarvoor was je bereid je liefde... 'Álles te doen. Hoe vreselijk ook, inderdaad.'
Je was drie weken op trainingskamp in Venezuela en besloot dat je relatie niet te combineren viel met je zwemcarrière. Over de telefoon maakte je het uit. 'Ja, dat was heftig.' Lachend: 'Wat een hufter!'
Hoe hang je op, na zo'n gesprek? 'Heel rot. Maar dit was voor het bereiken van mijn doel wel nodig.'
Het heeft iets robotachtigs. Topsporters gaan ver, jij ging... 'Ik ging extreem ver.'
Toch is het gek. Door je ziekte leerde je het zwemmen te relativeren, maar een paar jaar na je genezing ging je verder dan ooit tevoren. 'Vanaf mijn vroege jeugd hoorde ik: je moet kansen creëren, mogelijkheden zoeken. Zo was mijn opvoeding. En misschien is het ook wel deels aangeboren. Er zit iets in mij wat streeft naar prestatie.' Tegen het einde van het gesprek: 'Jij vroeg mij in het begin of ik ooit een keuze op gevoel heb gemaakt. De enige grote gevoelsmatige beslissing die ik ooit heb genomen, is om weer te gaan zwemmen.'
Op zijn zestiende mocht hij voor de eerste keer meedoen aan een internationaal jeugdtoernooi, in Lissabon. Zijn ouders zetten hem af op station Alkmaar-Noord, wensten hem succes en dat was het dan. Ineens zat hij in zijn eentje in de trein, naar Schiphol. Onderweg kwam hij erachter dat hij per ongeluk het paspoort van zijn vader had meegenomen. Hij moest terug naar Warmerhuizen - met bezwaard gemoed. Dag wedstrijd. De zwembond reageerde mild op zijn verhaal. Ze regelden een nieuw ticket voor hem. Andere ouders, sommigen vlogen zelfs mee naar Portugal, vonden het onbegrijpelijk dat zijn ouders zich niet meer met zijn reis hadden bemoeid. 'Zelfstandigheid', zegt Van der Weijden.
Het is ook wel zo aardig om je zoon voor zijn eerste internationale wedstrijd naar Schiphol te brengen. 'Moet je als ouder je liefde tonen door almaar het handje van je kindje vast te houden en hem te helpen? Mijn ouders wilden niet gebruikt worden. Doe het zelf, zeiden ze, en als je een paar keer valt, val je maar een paar keer.'
Wat vond je ervan, als jongen? 'Het was voor het eerst dat ik me realiseerde dat het bij ons thuis anders was. Er werd me verteld: 'Eigenlijk pakken alle ouders de tas van hun kind in en brengen hem naar Schiphol.' 'Mijn vader kan zijn houding goed verklaren. Hij is leraar wiskunde geweest. En hij zegt: jij bent ook wel een jongen waarmee dat moest. Jij mocht niet in luiheid vervallen, je moest het zelf doen, leren dat je verantwoordelijk bent voor je eigen leven.'
Hij onderging vier chemokuren en een stamceltransplantatie. De pijn moest bedwongen worden met morfine. Hij voelde geen verschil meer tussen dag en nacht, zweefde in een schimmenrijk. In zijn sluimertoestand beeldde Van der Weijden zich in dat zijn vader zich onder zijn bed verborg, wachtend op een kans om medische experimenten met hem uit te voeren. 'Ik heb het er met hem nooit over gehad, ook later niet. Het is toch vreselijk? Je wilt je kind helpen, het gaat misschien wel sterven, en door de medicijnen krijgt het hallucinaties over jou.'
Waarom hallucineerde je over je vader? 'Tja. De een krijgt hallucinaties over marsmannetjes, ik kreeg ze over mijn vader. Natuurlijk zaten er bij mij irritaties, over mijn jeugd, over mijn puberteit. Ik zou me erg schuldig kunnen voelen dat ik zulke vreselijke gedachten over mijn vader heb gehad, maar toch: dit soort dingen gebeuren.'
Je wilde niet dat ik je vader voor dit gesprek zou bellen, met vragen over jou en het boek. 'Het leek me lastig, als hij met de media zou praten. Ik wil niet dat hij komt met een quote waarvan de buitenwereld hem later verwijt: goh, hoe heb je dÁt nou kunnen zeggen?
Jij bent bang dat je vader er iets uitflapt. 'Mijn vader is eigenlijk nog eerlijker dan ik. Ik ben bang dat hij iets erg raars roept, maar dat zo'n quote uit de context van het verhaal wordt gehaald.'
Wat kun je je voorstellen dat hij zou zeggen, over jou? Stilte. Hij tikt met zijn lepeltje tegen zijn koffiekopje.
Dat je eigenlijk een luie sodemieter bent, zoiets? 'Bijvoorbeeld ja. Iets waardoor hij nog harder overkomt dan in het boek.'
Zijn twee jaar oudere zus Etta was ook een succesvol zwemster. Ze krijgt een verhouding met haar coach Benny - veel later blijkt dat hij haar 5 jaar heeft mishandeld. 'Bizar dat dit mijn sterke zus kan overkomen', schrijft Van der Weijden. 'Ik had verwacht dat ze bij de eerste klap direct de benen zou hebben genomen.' Hij probeert het te verklaren, in Beter. Beide kinderen hebben van hun ouders geleerd nooit op te geven - misschien is dat het wel. 'Ze was ergens aan begonnen en wilde niet falen. Ik durf niet tegen mijn ouders te zeggen dat dit ermee te maken kan hebben.'
Doordat je zus had geleerd niet te falen, ging ze door met een verhouding waarin ze werd mishandeld - een pijnlijke conclusie, voor je ouders. 'Nou...ik schrijf niet dat ik zeker weet dat het zo is, ik vraag het me alleen af. Kijk, het is heel mooi dat mijn ouders altijd een duidelijk doel hebben gehad met hun kinderen, alleen: aan alle plannen zit ook een keerzijde. Maar ik heb niet gehoord dat ze dit een kwetsend punt hebben gevonden.'
Ze hebben het allebei gelezen? 'Mijn moeder las steeds mee. Na een tijdje zei ze tegen mijn vader: 'Nou Peter...je moet het eigenlijk wel gaan lezen.' Uiteindelijk deed hij dat. Hij had het in één dag uit en belde meteen: 'Ik vind het fantastisch.' De dag daarop belde hij nog een keer: 'Maarten, ik vind wel dat je onze relatie een beetje als een karikatuur neerzet.' Ik zei: 'Ja, maar voor de verhaallijn vind ik het handig.'
Je moet de relatie wel recht doen. 'Het is een eerlijk verhaal. Maar de werkelijkheid is veel groter, toch? Je neemt de scènes uit je leven die je het meest essentieel vindt. Ik kwam er in die tijd achter hoe dankbaar ik mijn ouders ben. Daar staat nu meer over in. Maar ik wilde het boek niet aanpassen om het voor mijn ouders te verzachten. Lichte zelfspot: 'Met mijn egoïstische verleden kan ik dat nog prima.'
In het boek zeg je dat je mensenschuw was voor je ziekte, egoïstisch. Dat veranderde door je verblijf in de ziekenzaal. 'Ik ben veel meer geïnteresseerd geraakt in anderen. Mijn ouders hebben mij niet opgevoed zoals veel ouders-van-nu: als mijn kind maar goed in de groep ligt. Als ze maar veel vriendjes hebben. Mijn vader wilde prestaties zien, dat was het allerbelangrijkste. Sociale contacten hebben was prima, maar ze mochten geen belemmering vormen voor mijn carrière.'
De bel gaat; Daisy stapt binnen. Frêle, vrolijk, blond en zeker vijf koppen kleiner dan hij. Nadat Van der Weijden de Olympische Spelen had gewonnen, kwamen ze weer bij elkaar. Later zegt ze: 'Als je van iemand houdt, hou je van iemand hè.' De 23-jarige Daisy woont nog bij haar ouders in Zeeland. Ze wilde niet terug naar de kale flat, zonder tuin. 'Maarten kan de hele dag binnen zitten, maakt hem niks uit.'
Na zijn herstel had Van der Weijden moeite zich te concentreren op zijn studie wiskunde. Het zwemmen lukte wel, steeds beter. Zo goed, dat hij zichzelf op een denkbeeldig podium droomde. 'Wat zou het een mooi verhaal zijn als ik ergens kon staan en kon zeggen: ik heb leukemie gehad en ik ben nou wereldkampioen', dacht hij. 'Wat zou dat gaaf zijn.' Serieus: 'Ik wil een mooi verhaal van mijn leven maken.'
Dat je een mooi leven wilt hebben is logisch, maar ik sta er nooit bij stil dat ik een mooi verhaal van mijn leven wil maken. 'Geen verkeerd streven toch? Als je 80 bent en je realiseert je dat je een mooi verhaal van je leven hebt gemaakt, is dat toch geweldig?
Waarom trok het zwemmen je zo? 'Het grappige is: ik heb dagelijks 6, 7 uur getraind voor dat ene doel. Nadat ik was gestopt, wilde ik elke dag nog een uur zwemmen, om mijn lichaam af te trainen. En ik vond het vreselijk! Echt vreselijk. Zwemmen is saai. Het is heen en terug. En dan heb je dat gedaan en dan ga je weer heen en terug.'
Je hele leven heeft ervan in dienst gestaan. 'Het ging mij niet om het zwemmen; het ging mij om die droom.' Dan: 'Het zwemmen in open water is natuurlijk wel anders. Je plek zoeken, continu de posities van je concurrenten analyseren, spelen, duwen en trekken, dat vind ik leuk. Als ik zag: ik wil eigenlijk daar liggen, maar daar zwemt een kleine Spanjaard, ja, dan gaf ik 'm een zetje.'
Dat deed die vriendelijke Maarten van der Weijden dan wel? 'Tuurlijk. Ik lag in die openwatergroep altijd erg goed; mijn concurrenten vonden me allemaal heel aardig. Maar dat hielp me ook. Ik besefte: als ik hem een duwtje geef, zal hij dat eerder accepteren dan als ik op de kant al ruzie met 'm heb gemaakt.'
Dat klinkt berekenend. Denk je weleens: eigenlijk was ik helemaal niet zo aardig? 'Ik was wel erg aardig, maar het had een reden - het olympisch kampioenschap. Ik zwem vanaf mijn zevende. Ik denk niet dat ik ooit nog zo'n levensdoel zal hebben, wat je na lang doorkabbelen nog bereikt ook.'
Is het moeilijk, dat je nu niet meer zo'n levensdoel hebt? 'Ja. Ja. Mensen vragen: 'Vond je het niet verschrikkelijk, dat laatste jaar voor de Spelen? Je zag niks, niemand, alleen je tentje, je trainer, je trainingsgenoten, de caissière bij de supermarkt.' Als ik nu terugkijk zeg ik: ik vond het ontzettend fijn, die structuur, en die regelmaat. Het leven was simpel. Bij elke keuze die ik maakte hoefde ik me alleen maar af te vragen: is het handig voor het zwemmen? Nu moet ik telkens nadenken: is dit wel leuk voor Daisy, voor mijn ouders, voor die-en-die?'
Je zou zo weer in dat tentje kunnen kruipen? 'Ik zou nog prima vier jaar lang mijn leven kunnen laten bestaan uit tentje-trainen-eten. Maar zelfs als ik weer zou winnen, haal ik zo niet het optimale uit mijn leven. Er is een verschil tussen degene die ik ben en hóe ik wil zijn. Ik wil iemand worden die minder verlangt naar regelmaat en structuur.'
Je vader is hetzelfde. De kinderen mochten niet later dan om tien uur thuiskomen, omdat anders zijn rust werd verstoord. 'Ja, want hij gaat altijd slapen om elf uur. En om half zeven staat hij op.'
Hoe ziet jouw dag er nu uit? 'Eigenlijk heb ik nu geen besteding van mijn dag. Ik geef veel lezingen en presentaties, maar dat ligt even stil, in de zomer.'
Ben je lui aan het worden, waar je vader al tijdens het herstel van je ziekte voor waarschuwde? Lachend: 'Bijna wel, ja. Mijn vader vraagt telkens: wat ga je doen? Als ik nu niemand zou hebben die me pushte, kon ik me weken, maanden, jaren vermaken met de stomste en simpelste dingen. Misschien ga ik komend jaar wel een studie bedrijfskunde volgen, met een baan ernaast. Ik heb geen zin mijn masteropleiding wiskunde af te maken, wat mijn vader zou willen. Dan zit je alleen op je kamertje je wiskunderaadsels op te lossen.'
Structuur. 'Maar dat is dus niet meer het leven dat ik wil leven.'
Intussen zit je nu dus een beetje op de bank- heb je een hobby? 'Met vrienden en Daisy leuke dingen doen, nieuws volgen, boeken lezen, muziek luisteren en reizen. Maar ik kan mezelf ook helemaal verliezen - en dat klinkt heel kinderachtig - in computerspelletjes. Ik hou van herhaling, simplisme; je hoeft je dan alleen maar zorgen te maken om het spelletje.'
Daisy duikt ineens op: 'Maart, je moet wel oppassen dat ze je niet opschrijft als een nerd hoor.' Maarten: 'Ik probeer nu voldoening te vinden in een bestaan met iets minder regelmaat. Het is even wennen. Dan zegt mijn zaakwaarnemer: 'Je moet volgende week woensdag om acht uur s ochtends in Groningen een lezing geven, en donderdag om elf uur s avonds in Rotterdam zijn.' De structuur was helemaal weg, maar het is een fantastisch jaar geweest. Dus je kunt jezelf toch sturen en veranderen. Dat is voor Daisy ook fijn.' Daisy: 'Hij is weinig spontaan. Alles moet van te voren worden gepland, want anders vindt Maarten het minder leuk, omdat hij zich er niet goed op heeft kunnen voorbereiden.' Maarten: 'Eigenlijk wil ik bij het opstaan een dagschema hebben. Tijdens het zwemmen was dat ideaal. Ik wist: over een half jaar doe ik om acht uur dat, om negen uur dat, en om tien uur dat. Nu roept Daisy soms ineens: 'Kom, we gaan winkelen!' Daar heb ik dan helemaal geen zin in. Ik heb liever dat ze de dag daarvoor zegt: 'Morgen gaan we winkelen, van 2 tot 5 en gaan we die en die winkels af.' Daisy: 'En mag ik kijken naar de dingen die we van te voren hebben afgesproken, maar meer ook niet. Laatst zouden we een korte broek voor hem gaan kopen. Hij liep de winkel uit, toen ik hem een T-shirt liet zien.'
Ze stappen in de auto, naar het natuurzwembad, waar Van der Weijden op de foto gaat.
Verliefdheid is een chemisch stofje, zei jij tegen Wilfried de Jong, in het programma 24 uur met. Daisy, vanachter het stuur: 'Daar maakte ie geen vrienden mee.' Maarten: 'Daisy's familie zei: 'Da's wel een beetje een harde jongen.'
Begrijp je dat jouw rationele manier van denken zo kan overkomen?
Maarten: 'Ja, maar het ís zo. Verliefdheid is iets chemisch.'
Daisy: 'Maar Maarten, wat voel je dan, als je mij ziet?'
Maarten: 'Geen chemisch stofje, maar het is wel het resultaat ervan.'
Daisy: 'Ach. Als je alleen met mij bent, ben je echt wel knuffelig.'
Maarten: 'Dus ik leer snel. Ik kan het wel.'
Daisy, net afgestudeerd als pedagoge, kijkt glimlachend toe, als Maarten even later poseert voor de fotograaf, in het water. Zijn vader heeft het al over kleinkinderen, vertelt ze. Ook daarvoor heeft hij een plan. 'China rukt op in de wereld, dus je moet een Chinese au pair nemen', zei de vader van Maarten. 'Aan Chinees hebben ze altijd wat.'
Terug naar het media overzicht