Mijn naam is Maarten van der Weijden. Ik ben OLYMPISCH KAMPIOEN 10 kilometer Open Water Zwemmen. Mijn weg naar de top is niet zonder obstakels geweest; op 12 maart 2001 werd er bij mij namelijk acute lymfatische leukemie (ALL) geconstateerd.
Cv
Leeftijd: 27
Was: Lange Afstand Zwemmer
Is: inspirator bij tegenslag
Geboren: Alkmaar
Woont: Eindhoven
Eet: 'Momenteel bewust veel salades. Als ik pasta's blijf eten zoals ik gewend was als topsporter, ben ik in no time dik.'
Boek op nachtkastje: Marte Jacobs van Tim Krabbé
Slaap: 'Toen ik zwom 11 à 12 uur per etmaal. Nu normaal, zo'n 8 tot 8,5 uur.'
Laatst gedanst: 'Tweede Kerstdag, al gaat het vrij ver om mijn bewegingen dansen te noemen. Ik heb de rare eigenschap precies tussen de maat in te dansen.'
Laatst gehuild: 'Een jaartje of twaalf geleden, door huilen vergroot je geen kansen.'
Door Kees Versluis
De Eindhovense taxichauffeur is stomverbaasd: woont de grote Maarten van der Weijden in dit goedkope flatje? Sportman van het jaar, winnaar van Nederlands meest besproken gouden medaille op de Olympische Spelen in Peking (de tien kilometer open water), bijgenaamd 'de Nederlandse Lance Armstrong' omdat hij een kleine acht jaar geleden op het randje van de dood zweefde vanwege acute lymfatische leukemie. Wonen was voor Van der Weijden altijd een afgeleide van zwemmen. Zo verhuisde hij naar Barneveld omdat daar op dat moment de beste trainingsfaciliteiten waren, later om dezelfde reden naar Dordrecht en een paar jaar geleden naar deze plek in Eindhoven: bijna om de hoek van het Nationaal Zwemcentrum.
Tijdens de uitverkiezing tot Nederlands Sportman van het jaar in december, schokte Van der Weijden zijn fans door zijn mededeling te stoppen met zwemmen. Over zijn toekomst denkt hij nu na: door met een master zuivere wiskunde (hij haalde in 2005 zijn bachelortitel in Utrecht), schrijver worden of iets heel anders? Momenteel houdt hij zich bezig met het geven van presentaties bij bedrijven en organisaties: over topprestaties leveren na een enorme dreun (zijn kanker), ambitie, innovaties gebruiken voor het optimaliseren van je prestaties en motivatie. En hij is begonnen met zijn autobiografie.
In interviews heb je het voortdurend over die biografie. Waarom ben je daar zo op gebrand?
'Omdat ik voortdurend in e-mails en bij presentaties - van de algemene ledenvergadering van de Rabobank tot de belangenvereniging voor de agrarische sector - merk dat mensen steun hebben aan mijn levensverhaal. Niet alleen kankerpatiënten, maar iedereen die tegenslag in het leven heeft. Ze voelen zich gesterkt als ze horen: Maarten heeft het ook heel zwaar gehad. Zeker nu met de kredietcrisis is daar bij bedrijven veel belangstelling voor, ze huren me in als inspirator. De periode dat ik kanker had was een vreselijke periode, maar tegelijk heel leerzaam. Ik probeer die lessen steeds beter te formuleren.'
Toch heb jij een andere boodschap dan die andere sporter die kanker overwon: meervoudig Tour-de-Francewinnaar Lance Armstrong. Hij houdt iedereen voor dat je door vechten en positief denken de kanker uit je lijf kunt krijgen, jij vertelt mensen dat dat niets helpt, dat je moet berusten in de situatie.
'Toen de artsen me op mijn negentiende, ik was tweedejaars wiskundestudent, vertelden dat ik leukemie had, eiste ik dat ze me eerlijk zeiden hoe groot mijn overlevingskansen waren. Dat wilden ze eerst niet, alleen met veel moeite kon ik het uit ze trekken: 30 tot 50 procent. Ik ben gaan liggen, heb de chemokuren en operaties passief ondergaan, vond rust in de gedachte dat ik het aan de artsen moest overlaten, dat ik zelf niets aan mijn genezing kon bijdragen.'
Erger je je aan Armstrongs positieve boodschap?
'Nee. Door al het geld dat hij ingezameld heeft voor kankeronderzoek zijn er nu betere medicijnen. Bovendien vinden veel mensen geen rust bij mijn filosofie van het passief ondergaan, maar juist bij Armstrongs gedachte dat je zelf keihard tegen kanker kunt vechten. Als zij daar steun door ervaren, prima toch. Om eerlijk te zijn denk ik dat de groep mensen die steun heeft aan Armstrongs benadering, groter is dan bij mij.'
Maar wetenschappelijk ligt jouw benadering veel dichter bij de waarheid: kanker kun je niet overwinnen door positief denken.
'Dat klopt. Omdat ik zelf in alles een waarheidszoeker ben, heb ik persoonlijk soms toch wel eens moeite met Armstrongs boodschap. Ik vraag wel eens aan mensen met een religieuze geloofsovertuiging: geloof je dat nou echt, of vind je het gewoon fijn om het te geloven? Vaak antwoorden ze: "Ik weet het ook niet, maar het idee is in ieder geval heel fijn, ik voel me daar goed bij." Wie ben ik om hard te oordelen over mensen die zich prettig voelen bij onbewezen beweringen.'
Wat ik paradoxaal vind: aan de ene kant die berusting, maar tegelijk over lijken gaan om die gouden medaille te winnen. Je hebt het voor de Spelen zelfs uitgemaakt met je vriendin Daisy met wie je samenwoonde, om je optimaal te kunnen voorbereiden.
'Ik berust in dingen die buiten mij omgaan, daar ga ik me niet druk over maken. Maar als ik iets wel kan beïnvloeden, ga ik er helemaal voor. Echt over ieder detail in de voorbereiding van de Olympische Spelen had ik nagedacht. De Engelsman die tweede werd in mijn gouden race, had een zwembroek aan die een beetje was afgezakt: extra weerstand. De badmuts van de bronzen winnaar, een Duitser, zat niet helemaal goed om zijn hoofd. Voor mij onbegrijpelijk.'
Zijn er meer topsporters die hun vriendin aan de kant zetten om optimaal te presteren?
'Nee, volgens mij niet. Ik ben een van de weinigen die zo'n keuze kan maken. De onvoorwaardelijkheid van mijn keuze voor het zwemmen was wel heel extreem. Van die enorme prestatiedrang die ik in me heb, word je geen beter mens.'
Daisy is weer bij je terug. Op voorwaarde dat je stopte met zwemmen?
'Nee, hoewel ze het natuurlijk leuk vindt dat ik nu meer tijd voor haar heb. Ze heeft er tegelijk moeite mee dat ik gestopt ben, want ze verheugde zich op de zwemsuccessen die nog zouden komen. Daar zou ze dan wel bij kunnen zijn, in plaats van ver weg op een camping in Frankrijk te horen dat ik goud gewonnen had. Ik ben gestopt omdat ik het in november - ik was toen weer ouderwets hard aan het trainen - ineens niet meer op kon brengen. Als je op dit niveau zwemt, lukt je dat alleen door jezelf voortdurend voor te houden hoe mooi het zwemmen is, en hoe geweldig het is om goud te winnen. Als je jezelf heel even toestaat het leven van een andere kant te bekijken, is het snel gebeurd. Dan breekt je motivatie.'
En nu: een gewone baan als wiskundige?
'Ik ben aan het nadenken over mijn toekomst. Met wiskunde ga ik waarschijnlijk niet door. Want als ik doorga, wil ik heel ver doorgaan, zoals ik bij alles wat ik doe het allerhoogste wil bereiken. Dat zou betekenen: hoogleraar worden die wiskundige raadsels oplost. Zo'n leven leek me toen ik aan de studie begon heel mooi, nu lijkt het me saai.'
Ziekte en medaille hebben je veranderd?
'Voor ik kanker kreeg, draaide mijn leven om zwemmen en wiskunde, verder niets. Ik was bijna mensenschuw. In het ziekenhuis belandde ik op een zaal met vier andere kale, mannen. Dat vond ik heel vervelend, ik vroeg zelfs of ze geen uitzondering konden maken en mij een zaal voor mezelf wilden geven. Uiteindelijk bouwde ik een heel persoonlijke en hechte band op met de andere patiënten op mijn kamer, van wie de meesten overigens zijn overleden. Door mijn ziekte ben ik meer van mensen gaan houden. Nog jaren na mijn ontslag uit het ziekenhuis dacht ik als ik op straat liep: die meneer daar heeft misschien wel geld overgemaakt naar KWF Kankerbestrijding. Mijn menslievendheid is daardoor een stuk groter geworden. Mijn hele leven eenzaam aan theoretische problemen werken, wil ik niet meer.'
Wat dan wel?
'Voor ik goud won, heb ik wel eens gesproken met een actuariskantoor. Toen ik terugkwam uit Peking, belden ze gelijk: kom alsjeblieft praten, we willen je heel graag hebben. Als ik geen goud gewonnen had, had ik het waarschijnlijk gedaan. Nu denk ik dat er voor mij meer deuren geopend zijn. Weet je, toen ik in Peking na het laatste baantje aantikte en wist dat ik goud had, had ik een ervaring die ik zeven jaar eerder ook had toen ik te horen kreeg dat ik een ernstige vorm van kanker had: nauwelijks emotie, maar juist een heel hoge concentratie waarin de situatie aan me voorbijgleed als in een film. Terwijl ik van tevoren dacht: ik word gek en begin keihard te gillen als ik goud win. Die koelbloedigheid, dat niet-emotioneleals het erop aankomt, is een eigenschap die me bij het zwemmen ver gebracht heeft. Ik maak op zulke momenten de juiste keuzes, terwijl anderen dichtklappen. Daarnaast heb ik de eigenschap om zaken tot in de finesses te plannen. Ik denk daarom steeds vaker: ik wil manager worden.'
Daar heb je toch geen enkele ervaring in? Hoe wil je dat aanpakken?
'Als ik wat doe, wil ik hoogste en ambitieuste. Ik ben aan het nadenken over een MBA-opleiding bij Nyenrode. Maar is Nyenrode wel het allerbeste? Insead in Parijs schijnt ook heel goed te zijn, misschien kan en wil ik daarheen.'
Waar komt die extreme prestatiedrang toch vandaan?
'Ik denk dat mijn ouders, met name mijn vader een rol gespeeld hebben. Tegen hun ideeën over opvoeden heb ik me lange tijd afgezet, maar ik zie nu in dat die essentieel geweest zijn voor wat ik bereikt heb. Iets bereiken door keihard te werken, daar draaide het voor mijn vader om. Daarom vond hij sport zo mooi: want juist daarin kun je uitblinken door veel te trainen. Als klein kind hebben mijn ouders me zo'n beetje iedere sport laten beoefenen, uiteindelijk ben ik met zwemmen doorgegaan. Na mijn ziekte vonden mijn ouders het wel mooi geweest met dat topzwemmen. Ze zeiden: leuk, maar het wordt natuurlijk nooit meer wat, richt je op je studie. Toen ik toch doorging, zijn ze gestopt met me financieel te ondersteunen. Daar hebben we een behoorlijke clash over gehad. Ik vond het niet van deze tijd dat ze hun kinderen op die manier wilden sturen. Vreemd genoeg begrijp ik ze nu veel beter: economisch gezien was het inderdaad geen verstandige keus, de kans op zwemsucces was te klein.'
Heeft je vader na je gouden medaille gezegd: sorry, je had toch gelijk?
[denkt even na] 'Nee, dat geloof ik niet. Overigens hebben mijn ouders en ik weer een uitstekende band.'
Plannen om weer terug te keren naar Noord-Holland, nu je het zwembad in Eindhoven niet meer nodig hebt?
'Ik moet nog lange tijd aftrainen om te voorkomen dat mijn figuur en gezondheid in elkaar zakken, dus blijf ik hier voorlopig wonen. Wel heel lastig om dat op te brengen, nu het verder nergens meer toe dient.'