Mijn naam is Maarten van der Weijden. Ik ben OLYMPISCH KAMPIOEN 10 kilometer Open Water Zwemmen. Mijn weg naar de top is niet zonder obstakels geweest; op 12 maart 2001 werd er bij mij namelijk acute lymfatische leukemie (ALL) geconstateerd.
Niet zo lang geleden kreeg ik een column van de Braziliaanse schrijver Paulo Coelho onder ogen. Het was het verhaal over een boer die veruit de beste mais uit de ruime omgeving verbouwde. Toen iemand probeerde het geheim van de zo succesvolle boer te ontrafelen, antwoordde deze dat hij na zijn oogst een deel van de mais als zaaigoed aan zijn naaste buren gaf. Op de vraag waarom hij de goede mais weg gaf aan zijn buren, was het antwoord simpel: het een kan niet zonder het ander. Het is een geheel. In de lente neemt de wind het stuifmeel mee en blaast het alle kanten op. Als mijn buren iets slechts zaaien, heeft dat gevolgen voor mijn oogst. Om het beste product van de streek te kunnen hebben, moet ik er voor zorgen dat de kwaliteit van de mais van mijn buren dezelfde is en ook blijft als die van mij. Ik kan in het leven niets goeds tot stand brengen, als ik anderen niet stimuleer hetzelfde te doen.
Ik moest aan die column denken toen ik deze week hoorde dat Maarten van der Weijden zich had geplaatst voor Peking. In Eindhoven lig ik dagelijks met hem in het water. Zelf zwem ik in baan 2. Baan 1 is gereserveerd voor de dames Dekker en Veldhuis. En Maarten ligt in baan 3. Het lijkt een beetje het verhaal van de maisboer en zijn buren.
Mijn oudste Nederlandse record dateert van 1989, toen ik als 11-.jarige 1.04,14 klokte. In de loop der jaren is er slechts een zwemmer geweest die dat op die leeftijd heeft kunnen evenaren: Maarten kwam tot een handgeklokte 1.04,1. We delen daarmee dat ene record, maar onze levens zijn sinds die tijd iets anders gelopen.
Eerlijk gezegd ben ik hem nadien uit het oog verloren, tot ik zeven jaar geleden het nieuws over zijn leukemie hoorde. Van een afstand heb ik zijn indrukwekkende gevecht op leven en dood gevolgd.
Echt goed contact hebben we eigenlijk gekregen toen we elkaar een paar jaar geleden op een trainingskamp in Cyprus weer tegen kwamen. Uit die hernieuwde kennismaking ontstond een vriendschap. Toen hij in Dordrecht op een dood spoor zat, heb ik hem aangespoord in Eindhoven te komen trainen. Daar kon hij de topsportbeleving vinden waar hij in die tijd naar op zoek was. Ik vind het geweldig dat hij onder leiding van mijn oude trainingsmakker Marcel Wouda naar Peking gaat. En, niet onbelangrijk, daar straks geldt als een serieuze kandidaat voor de titel.
Uiteraard filosoferen we ook over het leven. Hij is iemand die sinds zijn ziekte geen angst meer kent en met volle teugen van het leven geniet. Als ex-kankerpatient die uitgroeit tot een sporter van wereldniveau is de vergelijking met Lance Armstrong natuurlijk snel getrokken.
Een mindere kant van de filosofie van Armstrong is dat bij de strijd tegen kanker het accent op het overwinnen van de ziekte legt. Het is een zaak van winnen of verliezen. Met andere woorden: degenen die het niet redden, zijn eigenlijk 'losers'.
Maarten kijkt hier anders tegenaan. Hij heeft me geleerd dat de strijd tegen kanker geen kwestie is van winnen of verliezen. Het gaat eerder om geluk of pech hebben. Als je geluk hebt, slaan de behandelingen aan. Heb je pech, dan voer je een onmogelijke strijd. Het is, zo heeft Maarten mij geleerd, dus allesbehalve een kwestie van al dan niet een sterke wil hebben. Al speelt het natuurlijk wel mee dat een mens moet knokken.
Voor mij is Maarten een grote inspirator, al weet hij dat zelf niet. Ik ben er van overtuigd dat hij de komende maanden gaat uitgroeien tot een icoon van de Nederlandse sport. Hij is een grote persoonlijkheid met een boeiend levensverhaal. Mocht Charles van Commenee, de technisch directeur van NOC*NSF, binnenkort een lijstje opstellen van kandidaten die tijdens de openingsceremonie in Peking de Nederlandse vlag mogen dragen, dan wil ik hem eenn ding meegeven: vergeet niet de naam Maarten van der Weijden daar ook op te zetten.(-)
Terug naar het media overzicht